Achtergrondinfo

Een uniek project
Het Europark is niet zomaar een project. Dat twee buurgemeenten het initiatief nemen om samen een bedrijventerrein te ontwikkelen, gebeurt niet zo vaak. Dat twee gemeenten aan weerszijden van een landsgrens een dergelijk initiatief nemen, is uniek. Dat het wel degelijk kan laten Coevorden en Emlichheim zien op het Europark. Dit is grensoverschrijdende samenwerking in de praktijk.

Hoe het begon
In 1995 onderzochten de toenmalige gemeente Coevorden en de Samtgemeinde Emlichheim voor het eerst de mogelijkheden voor een grensoverschrijdend bedrijventerrein.
Doelstellingen van dit initiatief waren:
• De sociaaleconomische structuur van de grensregio versterken
• Het scheppen van werkgelegenheid
• Benutting van de strategische ligging tussen de zeehavens van Hamburg en Rotterdam/Amsterdam, het spoorwegennet en de verbeterde positie ten opzicht van de autosnelwegen (A37 met verbinding naar de A31 in Duitsland).

In 1997 presenteerden de 2 gemeenten het Masterplan voor de ontwikkeling van het Europark. Het Masterplan voorzag in een gefaseerde (vier fasen) ontwikkeling van het Europark met een totale oppervlakte 350 ha (1/3 deel NL en 2/3 deel D).

In 1999 is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Europark Coevorden-Emlichheim GmbH opgericht. De GmbH heeft tot hoofdtaak het ontwikkelen en vermarkten van het grensoverschrijdende industrieterrein Europark Coevorden/Emlichheim met als doel de regionale structuurverbetering in de grensregio Drenthe/Grafschaft Bentheim. In de GmbH werken vertegenwoordigers van de twee gemeenten samen. In 1999 vestigde het eerste bedrijf (Beton- und Bewehrungscenter Europark (BBE)) zich op het Europark.

Verbetering logistieke voorzieningen
Een belangrijk punt voor de ontwikkeling van het Europark was de opening van Euroterminal II in 2007.

In 2011 heeft het Europark de status van Güterverkehrszentrum (GVZ) verkregen. Deze status benadrukt de op het Europark aanwezige trimodale logistieke mogelijkheden.

In 2017 is de Spoorbrug geopend, een verbetering in de verbinding per spoor.